You’ve got style

You've got style
Hey Luitjes! Dit is echt retespannend want ik deel met jullie mijn inzending voor de Zomer & Keuning Fanfictie schrijfwedstrijd.  Er waren een aantal regels waaraan je verhaal moest voldoen.  En helaas, ik heb geen prijs gewonnen, maar ik maakte mij vooraf ook geen enkele illusie dat ik zou winnen. Mijn doel was, na de virtuele schop van Reina vooral meedoen, derden mijn verhaal laten lezen en vooral iets afmaken. ‘You’ve got style’ is het resultaat!

Nu is een kort verhaal schrijven echt een vak apart en ik denk dat ik het nu vooral op langere verhalen houd 😛 Want een verhaal tussen de 5000 en de 7000 woorden is echt een uitdaging en veel schrappen!
Maar het was en is een goede oefening geweest en nu doe ik een volgende stap! Ik deel het met jullie ‘You’ve got style’! Ik hoor graag wat jullie er van vinden, en je mag echt 100% eerlijk zijn, maar houd een beetje rekening ermee dat dit gewoon doodeng is!
Voor de duidelijkheid er is dus geen redactie overheen gegaan ofzo! En ik denk dat het in de toekomst geen kort verhaal blijft, dus wie weet 😛

‘You’ve got style’ gaat over een jonge vrouw Moriah, en ze is een beetje anders, ze houd van bepaalde tv-series, mischien een beetje te veel zelfs. Het geeft haar ieder geval genoeg te dromen als er weer iets mis gaat!

Veel plezier met lezen!

‘Dus toen gebeurde er iets tussen Spenser en JeJa wat ik echt niet had verwacht en het gooide echt alles op zijn kop en…’ De man tegenover haar stak zijn hand op. Moriah zag het niet.

‘Stop!’ Nu keek ze de man tegenover haar aan. ‘Ik kan dit niet. Kijk toch eens naar jezelf! Je kletst over stomme tv series alsof het je vrienden zijn. Je kleed je belachelijk en wie draagt er nu radijs-oorbellen?’

‘Ik.’ Waarom ook niet?

De man maakte een ondefinieerbaar geluid. ‘Jij…’ hij gooide nogal dramatisch zijn handen in de lucht. ‘Dit gaat niet werken…’

‘Nee, je hebt gelijk.’
De man was verbouwereerd dat hij zo gemakkelijk gelijk kreeg. ‘Wat?’

‘Je hebt gelijk, dit gaat niet werken. Iemand die niet begrijpt wat ik leuk vind en enkel geïnteresseerd is in zichzelf, is niet wat ik zoek. En mijn vrienden, fictief of niet, ze zijn allen beter dan jij! Dit was enkel een eerste date! Geen huwelijksaanzoek!’ Ik sta op en mijn stoel schraapt over de tegels. Verschillende ogen kijken om naar mij. Ik knik vriendelijk terug, pak mijn tas waarna ik weg loop, hopend dat ik nu niet op mijn neus ga. Bij de deur vis ik nog snel mijn telefoon uit mijn tas.

*Het was wéér niks hoor!🥴*

*What happend?*

*Mijn kleding en oorbellen zijn volgens hem belachelijk.*

*èn?*

*èn hij begreep niks van mijn lievelingsseries…😅

*Weer Derreck? Dan snap ik hem.*

*Néé, echt niet! Ik heb naar je geluisterd!*

*Ik bel je wel*

***

Ik zet mijn laptop aan de kant, eigenlijk zou ik niet op de bank moeten werken. Het is niet Arbo- blabla en meestal wiebel ik de hele bank over. Ik voel me net een houtblok waarop iemand mept. Ik stiefel naar mijn keuken. Ik wil iets eten, maar zin om te koken heb ik niet echt en het budget om eten te laten komen is ook al op. Ik steek mijn hoofd in verschillende kastjes en uiteindelijk open ik de koelkast. Het licht flikkert en eigenlijk weet ik precies wat er in ligt. Kaas, in allerlei soorten en maten. Geen idee of iemand een kaasfetisj kan hebben, en wat het dan precies in zou houden, maar ik houd van dat gele spul. Ik weet dat ik doordraaf over kaas, zelfs in mijn eigen gedachtes klinkt het verschrikkelijk saai en maf. Waarschijnlijk ligt het aan het feit dat ik meestal alleen werk en ook graag alleen ben, ik ben de verschrikking van elk feestje, ik lach op de verkeerde momenten, ik heb een te zwarte humor en ik weet nooit over iets te praten. Ja, over kaas of één van mijn 100 lievelingsseries die ik kijk. Maar ze weten nooit waar ik het over heb. Ik bedoel, hoe kan je babygirl Garciya niet leuk vinden of de grijns van Derreck niet voelen tot in je tenen. Of dan, Jetthro met zijn stuurse gezichten en hoe lief hij tegen Abbie is en haar een kusje op de wang geeft of dan Buck, oh Buck dat is een patser zeg, maar hij is zo schattig met de zoon van Edd, Chris.  In ieder geval had mijn laatste date dat wel bewezen.
Ondertussen heb ik twee kaasjes uit de la gevist, kaas vissen, het moet niet gekker worden. Ik snijd de verpakkingen open en haal t beschermlaagje was ervan af. Dit keer brokkelt het meer. Helaas. Ik zucht, je moet wat over hebben voor het lekkere spul meid! Met een aardappelmesje probeer ik een stuk af te snijden, als kaasfanaat weet ik dat ik een ander mes moet gebruiken maar alles is vies en ik heb ook al geen zin om eerst af te wassen. Ik ben soms echt een lui kreng. Ik wiebel nog iets verder en ineens houd ik enkel het oranje plastic handvat nog vast, het mesje zit scheef in de kaas. Juist. Oké. Handig. Ik wrik het mesje eruit, oppassend dat ik mijzelf niet snijd. Kaas en bloed is niet echt een smakelijke combi denk ik zo.

Ik schuif een stukje kaas mijn mond in en zucht. Mijn leven is soms echt te saai. Misschien kan ik Nessa een berichtje sturen, en heeft ze tijd om koffie te drinken. Ik haal mijn telefoon en stuur haar snel een appje.

*Tijd voor koffie?*

Ik gooi weer een stukje kaas in mijn mond. Zo lekker! Nessa is een bovenste beste vriendin. Haar kinderen zijn soms gillende plaaggeesten die niet luisteren, naar Nessa dan. Naar mij luisteren ze vaak een stuk beter. Ik snap het echt niet, ik zeg vaker nee dan ik bedenken kan en elke keer als ik binnen kom, rennen die twee guppen op mij af alsof ze mij gemist hebben en krijg bankschroeven van knuffels. Maar ik vind het vaak toch ook wel schatjes. Die grijns van de kleine Max, charmeur in de dop en hoe heerlijk hij kan lachen. Als je dat in een potje kon stoppen en verkopen dan werden we geheid rijk. *Bliep*

*Ja, altijd. Zie je in 10?*

*On-my-way!*

Ik check of alle deuren en ramen gesloten zijn. Knaag ondertussen verder aan de kaas. Ik pak
mijn tas en schiet in mijn slippers. Buiten kijk ik door mijn straat en dan pas trek ik de deur
achter mij dicht. Ik probeer nooit een vaste routine te krijgen, met thuiswerken bestaat het
gevaar toch al. En als ik iets heb geleerd is van alle crime docu’s en alle series die ik volg is
dat routine je kan doden. Van saaiheid maar ook omdat iedereen dan kan voorspellen wat je
doet. Dat gaat mij dus niet gebeuren hé. Ja ik wéét het is overdreven of gestoord volgens
anderen. Maar zoals oma altijd zei, voorkomen is beter dan genezen. Op de fiets doe ik maar
één oortje in en ik heb altijd mijn telefoon in de buurt. Na een paar minuten fietsen ben ik er
al, nadat ik mijn fiets op slot heb gezet, loop ik achterom. Ik tik op de deur en roep bij het openen.

‘Ik ben het!’

‘Hey Moriah’ krijg ik terug en we knuffelen.

‘Waar zijn de kids?’ vraag ik als ik merk dat het rustig blijft.

‘Bij hun vader en oma. Alex wilde niet naar papa toen ik haar naar de kinderopvang bracht, maar wel naar oma.’

Ik ken hun vader niet zo goed want Nessa lag al praktisch in scheiding toen ik haar leerde kennen, en sindsdien heb ik hem hooguit vijf keer gezien. Maar mijns inzien is ze beter af met Christian. Een gespierde brandweerman, precies een kerel waar ik van droom door al mijn favoriete tv-series.

‘Ah. Hmm, dan hebben jij en Christian pauze van de twee guppen! Kan je lekker uitslapen. Of heeft Christian dienst?’ Ik wiebel suggestief met mijn wenkbrauwen naar haar.

Ze had hem leren kennen door haar werk als ongeval-fotografe, hoewel dat eerst voor botsingen zorgde, ja wat een inkoppertje weer, tussen haar, hem en zijn team. Wat nu allemaal is opgelost. Al vind ik dat niet echt een oplossing. Ze heeft haar werk aan de wilgen gehangen omdat ze niet wil dat Christian, zo heet hij dus, problemen krijgt met zijn werk en dat zij door zijn pieper eerder op de hoogte is dan anderen. Ik kan het mij niet voorstellen dat ik mijn werk voor een man zou opgeven maar zij heeft er geen enkel probleem mee. Maar ja, ik kan mij wel meer niet voorstellen, ik- samen met de man van mijn dromen, en die mij ook nog toevallig leuk vind. Jep, ik zie die bui dus nergens hangen hé. Niemand wil met zo’n rare paradijs vogel als ik op stap. Ik val altijd uit toon met mijn kleding en met mijn houding.

‘Hij komt zo meteen thuis, dan zit zijn 24 uursdienst erop, hij appte me dat het een rustige nacht was geweest. Ze hebben nu allemaal twee dagen vrij. Hij wil vanavond grillen. Blijf je ook? Je weet je kan altijd blijven slapen.’

Ik pak de beker met verse, hete koffie van haar aan en houd mijn neus er boven, snuif de geur van het zwarte goedje op. ‘Barbecueën? Tuurlijk blijf ik dan.’

Ik kijk haar grijnzend aan. Ze grijnst terug. ‘Hoe had ik het ook kunnen vragen.’ Antwoord Nessa. We ploffen op de bank neer en kletsen nog wat over de afgelopen dagen. Niet dat ik nu veel beleef met mijn werk als virtuele assistent en socialmedia manager, maar net genoeg eigenlijk. Nessa verteld over haar baas en het extra overgebleven koffieapparaat wat ze had meegenomen naar het werk. Hij had gezegd dat ze hem weer mee moest nemen naar huis en dat ze er maar één moest bestellen als ze koffie wilde. Toch wel gaaf zo’n baas, als hij dat zo makkelijk zei. Ik kruimel mijzelf op in het hoekje van de bank en blijf lekker zitten als ik hoor dat de deur opengaat, het is niet mijn afdeling om op te springen om iemand te begroeten. Ik zie Christian met twee grote volle tassen binnen komen. Hij kust Nessa eerst kort op de lippen, hij plant de tassen op het aanrechtblok en grijpt haar dan vast en kust haar dan goed. Oh ja, hij past echt heel goed in de tv- serie met al die hottys in L.A.

‘Oh hi Moriah,’ klinkt het dan rustig als hij mij op de bank ontdekt. ‘Doe je vanavond ook mee?’ Ik knik. ‘Mooi, hoe meer mensen hoe meer gezelligheid. Een paar van de eenheid komen ook.’

‘Weet je dat wel zeker? Je weet dat ik nogal een apart portret ben.’

Christian trekt een wenkbrauw op. ‘Moriah, je bent goed zoals je bent. Nessa en ik mogen je. De rest mag je vast ook en anders niet, dat is hun probleem meissie. Niet dat van jou. By the way. Leuke oorbellen.’ Ik grinnik.

‘Dankje. Gaaf hè dat ze zoiets kleins, zo gedetailleerd kunnen maken? Ik heb ze op Etsy gevonden en het naakt klaprozen plukken deed het voor me.’

Hij lacht en knijpt even in mijn schouder als hij langs loopt. Ik moet glimlachen. Ja, Nessa heeft dé Jackpot. Hij is aardig én knap. Nessa is ondertussen begonnen de tassen leeg te halen, terwijl Christian snel een douche neemt. Ik sta op, neem mijn beker zwarte vocht mee naar de keuken, pak een snijplank en een mes, was de paprika’s en begin met snijden. Een trucje wat ik ooit leerde van een kok, één van de weinige dingen dat is blijven hangen is tenminste te gebruiken. Ik schuif alles van de plank in één grote bak. Nessa snijd ondertussen de koolrabi, ik ga verder met de champignons, en zo werken we alle groentes door voor het barbecueën en de salade. Een uurtje later is alles klaar en op schalen verdeelt. Christian heeft de barbecue warm en bijna op temperatuur. Het wachten is dus nu enkel op de rest van de gasten. Ik heb mijn beker koffie omgeruild voor een Radler, het is meer limonade dan bier. Waarschijnlijk is dat de reden dat ik dit wel weg krijg en van het echte bier over mijn nek ga.

Een paar mannen komen de tuin in en geven Christian klappen op zijn schouder alsof ze elkaar niet net drie uur terug hebben gezien. Geen twijfel mogelijk, deze kerels zitten in zijn eenheid. Allemaal hebben ze sterke armen en brede schouders, al zit er één bij die een beetje uit toon valt, ik kan er de vinger niet gelijk op leggen. Ik neem een slok van mijn bier en bestudeer ze verder als ik zie hoe ze Nessa begroeten en ik blijf lekker zitten waar ik zit. De schommel achter in de tuin is een lekker plekje in de schaduw en de kans is dus klein dat ik hier opval. Of ieder geval dat dacht ik. Maar bijna synchroon kijken de mannen om en om naar mij. Heeft Christian wat gezegd? Of zou het bij hun baan horen? In de serie van Buck, hoort het er natuurlijk bij en dan zou er een van hen op mij afkomen, mij versieren en dan rijden we de zonsondergang tegemoet. In de serie hé. In het echte leven gaat dat niet gebeuren. Maar toch verslik ik mij als ik zie dat er een man zich uit het groepje losmaakt en naar mij toekomt. Een ander roept hem nog wat na, maar hij schudt zijn hoofd en blijft naar mij toelopen! Nee, oh mijn, nee. Dit gaat nooit goedkomen. Ik kijk om mij heen of ik ergens heen kan vluchten, maar er is gewoon niks, en weg lopen valt veel teveel op. Ik neem een slok van mijn bier, verslik me in het vocht, het komt langs mijn mondhoeken weer naar buiten. Handig. En als ik nu niet heel snel slik, zeg ik zomenteen nog hallo met een mond vol vocht!

‘Hi’ zegt de man als hij voor mij staat. ‘Ik ben Marcel.’

‘Hi Marcel,’ antwoord ik. Ik stel mij niet voor. Ik wil gewoon niet.

‘Zo jij bent een vriendin van Nessa?’ Ik knik. ‘Heb je ook een naam?’

‘Hm… Ja, zeker.’ Meer komt er weer niet uit. Ik maak me echt weer belachelijk. Ik had meer moeten zeggen. De man tegenover begin te grinniken.

‘Ja, die kon ik verwachten. Wat een inkoppertje, zeg. En wat een zeldzaamheid, een vrouw die niet de oren van het hoofd afkletst.’

Ik blijf naar de man kijken als hij verder babbelt. Nee, hij kletst wel voor tien. Hij ziet er best knap uit, maar vooral verlopen. Zijn ogen staan lodderig, zijn gezicht is pafferig en hij heeft een buikje. Niks tegen buikjes. Die zijn lekker zacht, maar de combinatie met de opgepompte armen en borstkas maakt het gewoon duidelijk dat de man niet helemaal… Ja, hoe zal ik het zeggen? Hij ziet er gewoon uit als een kerel die zijn best-before datum ruim had bereikt. Ik had eigenlijk niet echt meer geluisterd naar wat hij zei, soms zone ik echt uit. Maar ineens hoor ik hem iets zeggen over kinderen. ‘Sorry? Wat zei je?’

Marcel kijkt me aan en zegt: ‘Als een vrouw mij wil, dan moet ze ook mijn kinderen willen.’

‘Aha,’ Ik kijk naar zijn gezicht. Zei hij dat nu werkelijk? Meent hij dat nou, hij kent me welgeteld vijf minuten en dan zegt hij zoiets. Al deed hij niets fout. Behalve als je egoïstisch over jezelf kletsen meetelt. Ik wil hier weg. Hoe komt zo’n kerel nou in de eenheid van Christian terecht? Ik mompel dat ik word geroepen en voordat Marcel zich kon omdraaien om dat te checken, was ik al weg.

Ik schiet de keuken in, ik leg mijn handen op het hout van het keukeneiland. Dat voelt lekker, het liefst zou ik verdwijnen. Hoewel die Marcel volgens mij echt een apart exemplaar was, heb ik het nou ook niet echt jofel gedaan. Ik haal diep adem, en blaas weer uit. Nog eens. Langzaam voel ik mij weer wat ontspannen. Het is gewoon een avondje met Nessa en Christian, en zoals Christian had gezegd, ze moesten me nemen zoals ik ben. Ik hoef me niet anders voor te doen dan ik ben, ik hoef niet stil te blijven als ik dat niet wil en ik hoef niet te praten als ik daar geen behoefte aan heb. Nessa en Christian nemen me zoals ik ben en dit zijn ook hun vrienden, dus eigenlijk zou het dan goed moeten gaan, toch? Ik tik met mijn handen op het hout, adem diep in en uit en draai me om. Ik ga op zoek naar Nessa.

Later op de avond kan ik concluderen dat het na het moment in de keuken het veel beter gaat, de collega’s van Christian zijn aardig en lijken me inderdaad te accepteren zoals ik ben. Wel doet die Marcel elke keer pogingen om bij me in de buurt te komen, maar iedereen lijkt dat, bewust of onbewust tegen te houden. Waar ik dus helemaal geen problemen mee heb. Marcel lijkt geen enkele moeite te hebben om het ene na het andere biertje te verzwelgen. Maar op een gegeven moment brabbelt hij meer dan hij praat en staat hij plotseling op en loopt verder de tuin in. Daar blijft hij staan en doet hij iets wat ik niet kan zien. Maar Nessa springt op en gilt naar hem dat hij moet op houden. Marcel draait zich om en ik begrijp wat Nessa bedoelt. Uit zijn broek hangt, nou ja, zeg maar zijn hansworst waar nog wat uitdruppelt. Dan hoef je geen genie meer te zijn om te begrijpen wat hij eerder deed. Ik knijp mijn ogen dicht in een poging te vergeten wat ik heb gezien, maar het lukt niet. Alle mannen aan tafel zijn stil. Ongekend, één lijkt zelfs te blozen als ik mijn ogen weer open en dan kan ik mijzelf niet meer inhouden, ik begin met een grinnik die uitrolt in een lach, tranen staan in mijn ogen. Ja, nou sorry hoor, maar het stelde ook niet echt veel voor. Jaja, grootte maakt niet uit als je weet wat je er mee moet doen en zo, maar dit zag er gewoon erg zielig uit. Ik grinnik verder terwijl Nessa met stoom uit haar oren terug komt gestampt. ‘Die kerel komt er niet meer in, ik ben het zat, elke keer nodigt hij zichzelf uit als hij bij ons een feestje ziet, of het nu enkel om familie gaat of niet, en de eerste keer was hij echt aardig, maar nu, stel je voor dat de kinderen erbij waren! De volgende keer zeg ik het hem dat het besloten is, dan maar geen goede buur hoor.’ Ze ploft op de stoel en klokt wat bier naar binnen om af te koelen.

Hij is de buurman? En hij zit niet in de eenheid van Christian? Alles komt nu veel logischer over. Al zijn die kerels dan wel echt aardig tegen een vreemdeling. Ik dacht dat ik stil was, maar blijkbaar piep ik toch een geluidje. Want de man die eerder moest blozen, kijkt me aan. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. Ik glimlach terug. Hij heeft een mooi gezicht, hazelnootbruine ogen en donkere wenkbrauwen waarvan hij nu enkel één omhoog trekt. O, hij is nieuwsgierig! Ik begin nog breder te lachen. Hij verschuift op zijn stoel en hij staat, zonder duidelijke aanwijzing ineens op en loopt naar binnen. Ik knipper met mijn ogen, was ik nu toch te veel mijzelf geweest in deze groep? Ik let nu niet meer op de rest en peins verder. Ineens hangt er voor mijn ogen een flesje bier, precies het merk wat ik al de hele avond drink. Ik kijk op en zie schuin boven me het gezicht van Perfecte Wenkbrauw. Ik pak het flesje aan, maar net voor ik het echt vast heb, trekt hij het terug.

‘Eerst vertellen waarom je een binnenpretje had.’ Hij heeft een aangename stem. Ik kijk hem nadenkend aan, misschien iets te lang, want ik zie weer dat hij begint te blozen. Wel grappig trouwens, ik wist niet dat het manvolk ook zo kon blozen, correctie, het volwassen manvolk.

‘en je betaalt met een biertje? Denk je dat het genoeg is voor de kostbare gedachtes die ik heb?’

‘Ja, maar als ik denk dat achteraf meer waard is, haal ik er graag nog een voor je’ zegt hij goedmoedig. Ik grinnik weer.

‘Akkoord.’ Ik stoot mijn flesje tegen dat van hem. De handdruk voor feestjes.

‘Ik ben trouwens Florian.’

‘Florian,’ ik proef zijn naam op mijn tong.

‘Je naam is ook Florian? Wat een toeval zeg!’

Ik gier het uit. ‘Nee sorry, Moriah is het, ik was gewoon je naam even aan proeven.’

‘Aha, aangenaam Moriah. Interessante oorbellen draag je! Hoe heb je die gevonden?’

Ik raak ze kort aan als hij dat heeft gezegd. ‘Dankje. Bij Etsy, klaprozen zijn mijn lievelingsbloemen.’

Florian lacht en zijn scheve lachje doet iets fladderen in mijn binnenste. Ik neem snel een slok om dat gevoel te laten stoppen. Ik zie dat zijn lippen weer bewegen en ik dwing mijzelf te luisteren wat hij zegt en niet enkel te dromen over hoe zijn mond zal aanvoelen op die van mij.

‘Je zou me nog je binnenpretje verklappen.’

‘Oh ja, nou. Simpel. Ik vond Marcel niet bij jullie eenheid passen. Later werd dus alles duidelijk en was het logischer dat hij niet bij jullie hoorde. Niet echt spannend dus.’

‘Oké, nou dat is inderdaad niet een erg baanbrekende gedachte van je, ik houd het op één biertje. Of heb je nog meer binnenpretjes te delen met me?’ vraagt Florian nieuwsgierig.

‘Op dit moment zijn alle acute binnenpretjes niet aanwezig, nieuwe zijn nog niet in aantocht.’ Ik knipoog naar hem. ‘Mochten er nieuwe komen dan houd ik je graag op de hoogte.’

‘Oh daar ga ik je zeker aan houden!’ antwoord Florian en knipoogt dan ook naar mij.

*****

Kreunend draai ik me om, ik ruik koffie, ik moet koffie. Nu, koffie. Helaas komt er geen zwevend kopje a la tovenaarsleerling naar me toe met dat heerlijke zwarte vocht. Ik graaf mijn gezicht uit het kussen en de geur word sterker. Verrek, het komt wel bijna a la Tovenaarsleerling naar me toe! Nessa zet een bakkie voor me neer op het tafeltje naast de bank.

‘Morgen.’ kraakt mijn stem. Haar stem kraakt terug. Keihard meezingen met alles wat gisteren nog langs kwam op de radio, was misschien toch niet zo’n goed idee. Maar nadat Marcel weg was, heb ik met Florian, ja wat heb ik eigenlijk precies gedaan? Gekletst? Gepraat, of was het eigenlijk meer flirten?

‘Het was echt gezellig hè?’ kraakt Nessa verder. Ik knik terwijl ik voorzichtig slurp aan mijn koffie. Nessa vervolgt. ‘Enne wat dacht je van Christians eenheid?’

Ik hum. Wat moet ik erop zeggen, een zooitje lekkere en knappe kerels? Ik bedoel, ik kán dat wel zeggen en Nessa zou er niks van denken. Maar mijn hemel, dan klinkt het wel heel erg als een vleeskeuring en ieder mens is toch veel meer dan dat, toch?

‘Moriah?’

‘Aardig’

‘Ach kom Mor, enkel maar aardig?’ Niks meer te zeggen? Ook niet over Florian?’

Ik bijt op mijn lip en zie dat Nessa begint te grijnzen. Daarna pak ik een kussen en ik gooi die tegen haar aan en ik verstop me dan weer achter mijn beker koffie. Die eigenlijk lang niet groot genoeg is om mijn grijns te verbergen.

‘Cute, naast aardig is hij ook erg cute.’ Ik voel dat mijn wangen warm worden.

‘Ik wist het!’ Haar stem klonk nu niet meer als een honderd jaar oude deur die al negentig jaar niet meer is gesmeerd.

 

 

***

 

Twee weken later na het barbecueën loop ik in de supermarkt en in die veertien dagen heb ik elke dag minimaal één keer aan Florian gedacht. Liegbeest! Minimaal vijf als het niet eerder in de buurt komt van de tien. Of is het één keer als je gewoon constant aan iemand denkt en over hem droomt? Bij de paprika’s dwing ik mezelf elk exemplaar aan nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. Niet zelden ben ik thuis gekomen waar de helft al verrot was omdat ik ergens anders was met mijn duizenden rondtollende gedachten. Tevreden gooi ik daarna een zak in het wagentje en ik draai me om als ik ineens een warm lijf tegen me aan voel. Oké, het is niet zo intiem als het klinkt. Het kwam gewoon met een vaartje tegen me aan en op meerdere plekken maakten onze lichamen contact door de impact van de snelheid. Met honderd procent zekerheid dat ik een rood gezicht heb, mompel ik: ‘Sorry,’ en wil weer verder lopen als ik ineens mijn naam hoor.

‘Moriah? Dat was het toch?’

Ik kijk op en zie dat het lichaam aan brandweerman Florian toebehoort. Ik knik maar. Iedereen in een tv-serie of film heeft dan zo’n leuk of geniaal antwoord en ik kom gewoon niet verder dan een knikje, triest toch?

‘Hoe gaat het?’

Vraagt hij dit nu voor de beleefdheid of wil hij het echt weten? ‘Euhm, ja wel goed. Met jou?’ Oh echt een geniale reactie, Moriah!

‘Fijn!’ Hij opent zijn mond en sluit hem dan weer, om hem dan weer te openen.

Als ik hem niet zo ongelofelijk knap had gevonden dan had hij op een droogliggende goudvis geleken. ‘Zeg, euhm, je was toch een socialmedia assistent? Of manager? Ik weet niet echt wat het verschil is?’

Ik glimlach, het verschil is ook niet zo groot, wat ik hem dan ook vertel. Maar ergens vermoed ik dat hij wat anders had willen zeggen, ik bedoel hiervoor hap je toch niet als een vis naar lucht? Toch?

‘Ik en de jong-, ik bedoel, de jongens en ik dachten dat het misschien een goed idee was een socialmedia-account te maken voor onze eenheid, om te laten zien wat ons werk inhoud en kunnen we nieuwe vrijwilligers rekruteren. Maar we weten niet wat voor account en wat voor dingen we erop zouden moeten zetten, we hebben wel ideeën maar we hebben geen idee wat zou werken. Zou jij…, zou jij ons daarmee kunnen helpen? Met opzetten en zo? We betalen je natuurlijk ook gewoon!’

Ik voel me rood worden. Waarom weet ik eigenlijk niet, want het gaat om werk. Aan de andere kant is het wel een hele leuke man dit nu aan mij vraagt. ‘Ja, lijkt me leuk!’ Ik graaf even in mijn handtas naar mijn agenda, daar heb ik altijd een paar visitekaartjes in zitten. Nadat ik er één uit het vakje heb gepeuterd, schrijf ik met een pen een ander telefoonnummer erbij. Ik weet niet waarom ik dat nu eigenlijk doe, normaal geef ik nooit mijn privénummer. Of toch wel, ik hoop ergens dat hij me appt, voor een date of zo.

‘App me hierop wanneer jullie als eenheid tijd hebben, dan kom ik langs en kunnen we overleggen wat jullie al hebben, en zo.’ Nu valt het hem vast niet op. Hopelijk. Behalve dat ik volgens mij nog steeds zo rood ben als een boerenzakdoek. Ik zie dat hij het kaartje aanneemt en het leest. Daarna kijkt hij naar mij, en als ik mij niet vergis zie ik een ondeugende twinkeling in zijn ogen terwijl hij één wenkbrauw kort optrekt. Oké, misschien weet hij het wel wat ik heb gedaan. Is het erg als hij het weet? Ik begin te frunniken aan mijn tas van nervositeit. Dit wordt akward, waarom zegt hij niks? Wat moet ik nu nog zeggen? Wat kan ik nog zeggen? Iets over het weer? Nee toch, dat stadium is toch al voorbij?

Hij glimlacht nog steeds als hij zijn mobiel uit zijn broekzak haalt, en op het scherm tikt. Plotseling piept mijn telefoon. ‘Sorry, mijn telefoon.’ En dan zie ik het, híj heeft me geschreven. Oh mijn, wat ben ik dom! Natuurlijk was hij het! Dan zie ik wat hij heeft geschreven en ik voel mijn binnenste smelten.

*Gave oorbellen. You’ve got style😊

Een paar dagen later parkeer ik mijn fiets en loop ik naar de kazerne. De schuifdeuren staan open en ik kan zo doorlopen. Daar tref ik een hele grote groep mannen. Oeh, dat zijn er een stuk meer dan verwacht! Maar gelukkig zie ik ook een paar bekende gezichten van het barbecueën tussen alle onbekenden. Een paar steken groetend hun hand op en ik krijg van enkelen een berenomhelzing. ‘Ha Moriah!’ véél enthousiaster dan ik had verwacht!

Ik weet niet wat ik moet zeggen. Dan zie ik Florian binnenkomen en precies dán geeft een kerel me een kus op de wang. Ik kleur weer als een boerenzakdoek en weet me geen houding te geven. Florian staat ook maar een beetje en weet blijkbaar niet hoe hij mij moet begroeten. Dan krijgt hij een duw tegen zijn schouder en klinkt er een gebulder door de kazerne. Hij wordt net als ik knalrood. Daarna doet hij iets wat ik helemaal niet verwacht: Hij slaat een arm om me heen en trekt me tegen zich aan. Oeh, dat voelt goed! Hij is veel gespierder dan ik dacht en mijn buik begint te kriebelen.

‘Jongens! Dit is Moriah, een aantal van jullie kennen haar van het barbecueën bij Christian. Zij gaat ons helpen bij onze plannen.’ Hij praat nu een stuk luider en het geluid vibreert zo door zijn borstkas dat ik het ook een beetje voel. Ik voel me ietwat ongemakkelijk, met al die ogen op mij gericht. Waar is Christian eigenlijk? Dan zie ik hem ergens achteraan zitten. Hij steekt zijn bierglas omhoog als onze ogen elkaar treffen. Nu ik weet dat hij er is voel ik me beter. Hij kent me en ik weet dat hij me helpt als ik er niet meer uitkom. Maar wonder boven wonder loopt alles vlot. De mannen zijn duidelijk met wat ze willen bereiken. Ze hebben al een hele lading ideeën die prima uit te voeren zijn en die waarschijnlijk goed aanslaan op de verschillende kanalen. Ik geef ze een paar punten waar ze op moeten letten met posten, zoals veiligheidswaarschuwingen en eventueel taalgebruik.
Het meeste is besproken als ineens een melding binnenkomt en iedereen zich in bijna no-time in een beschermend pak hijst en wegrijdt in wagens die altijd start klaar zijn. Een deel van de mannen blijven achter, niet iedereen heeft dienst. Ik ben een beetje uit mijn doen. Het alarm galmt nog altijd na in mijn oren en dat ze zo makkelijk konden omschakelen van gezellig kletsen en ongein uithalen, naar serieuze brandweermannen die bliksemsnel weg zijn is voor mij onbekend.
Raar genoeg voel ik me ontheemd. Als een klein kind wiens speeltje plotseling is afgepakt door een groot kind.

Christian schuift op de stoel naast me. ‘Goed werk Moriah. Je deed het echt heel goed.’ Ik kijk Christian aan. Hij meent het!

‘Doe niet zo verbaasd joh. De jongens vonden je na het barbecueën al een leuk mens, sommigen zeiden nog wat andere dingen, maar die herhaal ik liever niet in het openbaar. Je bent kundig en direct, en kan ook nog tegen een geintje. Daar houden ze van. Heb je niet gemerkt wat ze deden toen je binnen kwam? Je past bij ons meissie!’

Ik weet niet wat ik moet zeggen, ik voel me blij en verwarmd. Maar dat kan ik toch niet zeggen? Als je niet weet wat je moet zeggen grijp terug op de basis, zei oma altijd. Is het een compliment? Zeg dan gewoon dankjewel. ‘Dankjewel Christian.’

Florian komt nu ook bij ons zitten en schuift mij een flesje Radler toe. We zetten nog de laatste puntjes op de i en daarna begin ik mijn spullen weer in te pakken. Ik kus Christian op zijn wang en zeg hem dat hij dat door moet geven aan Nessa. Hij protesteert dat hij er ook één wil. Braaf kus ik hem nog eens. Christian grapt dat het eruit ziet dat Florian er graag ook één wil hebben.
Ik spiek kort naar hem en voor ik mezelf kan tegenhouden zeg ik; ‘Wanneer hij het heeft verdient dan krijgt hij er ook één.’ Dan ren ik ongeveer de kazerne uit.

***

 

Twee dagen later krijg ik een appje van Florian. Met trillende handen open ik het appje.

*Ik ben er klaar voor om te verdienen😄😘*

Wat wil hij verdienen? Dan lees ik het nog eens, en dan val het kwartje. Ohoh. Nee, dat heeft hij niet! Ik lees het nog eens. Ja, dat heeft hij wel. Wat moet ik antwoorden? Ik weet niet. Iets vlots? Gewaagd? Negeren? Erop ingaan? Wat wil ik eigenlijk? Ik dwing me diep in en uit te ademen. Wil ik het proberen? Met de kans dat het mis gaat? Maar ik heb Florian al drie keer gezien, hoe groot is de kans dat hij niet door heeft dat ik een beetje anders ben dan de rest? Dat moet hij toch door hebben gehad? Wat zouden anderen doen? Phenelopy, JeJa of Emmilie? Ik doe mijn ogen dicht en ik ga in gedachten na wat zij zouden doen en wat ze tegen Spenser zouden zeggen, soms denk ik dat ik een soort vrouwelijke kopie van hem ben, alleen wel iets minder slim. Maar ze zouden hem allemaal aanmoedigen. Derreck Morgen zou plagend voorstellen iets gewaagds terug te schrijven als antwoord. Ik adem diep in en uit. Ik moet denken. Ruimte krijgen in mijn bovenkamer. Ik gooi mijn laptop uit en aan de kant, loop naar de keuken en duik weer mijn koelkast voor een stukje kaas. Knabbelend aan de bruschetta, lees ik het nog eens. Oké, ik ben eruit. Ik wil hem terugschrijven en positief, maar wat? Niet te suggestief maar ook niet saai. Ik zucht. Ik haal mijn telefoon bij mijn laptop vandaan en als ik het open zie ik dat hij nog iets heeft geschreven.

*Sorry, *

*Dat was niet netjes, en ik moet je vast afgeschrikt hebben.*

*Ik bedoel, je hebt het gelezen en reageert niet. Dus sorry.*

Oeps, dit had ik niet zien gebeuren. Ik besluit nu gelijk te antwoorden.

*Hi Florian,

Je hebt me niet afgeschrikt.*

Ik druk te snel op enter en hij verzend het al voor ik de rest kan typen. Florian ziet het binnen komen en ik zie dat hij aan het typen is.

*Oh gelukkig.*

*Zou je met me op date willen morgenavond?*

Oh hij vraagt helemaal niet waarom het dan zo lang duurde en ik besluit het niet meer te sturen en verwijder weer wat ik net had geschreven en vervang het met een bevestigend antwoord en ik eindig het met een x. Niet zo overduidelijk als een emoticon, maar toch niet zo saai als ik het zonder zou hebben verstuurd. Toch? Ja, ik heb het goed gedaan. Punt. Ik verbied mijzelf hier nog een gedachte aan te kwijten. Ik kan mijzelf dan helemaal gek maken als ik mijn gedachten de kans geef. Zal ik Nessa een berichtje sturen? Ja, dat vindt ze vast leuk.

Tien minuten later loop ik naar boven om mijn kledingkast te bekijken. Nessa had nog niet geantwoord en Florian had terug geschreven om te vragen waar hij mij kan ophalen en wanneer.
Ik kijk alles door en ik besluit een T-shirt dat zolang is als een jurkje, uit te kiezen. Het is zo’n prachtige dieppaarse kleur en ik vind hem geweldig. Ik pak een bruine riem en bruine kistjes. Witte sokken erbij en uit mijn verzameling zoek ik een tas, natuurlijk ook bruin en met een lange band zodat hij gekruist over mijn borst kan. Zo klaar voor morgen.

***

Hoewel de meesten zeggen dat dit niet kan met mijn haarkleur vind ik het zelf altijd heel mooi staan, en dus trek ik het aan. Hoewel ik mij soms onbehaaglijk kan voelen bij alle blikken, verplicht ik mijzelf de dingen aan te trekken die ík leuk vind en niet de mainstream. Ik bekijk mijzelf in de spiegel naast mijn bed, de riem accentueert mijn taille. De witte sokken zijn nog net zichtbaar in mijn schoenen. Nu nog wat simpele make-up op en hij moet het er maar mee doen. Ik vind het prima zo! Ik hup de trap naar beneden en ik zie mijzelf terug in de wandspiegel. Mijn rode haar is pas geknipt in een lange bob en wipt vrolijk op en neer bij elke beweging. Ja, ik vind mezelf er echt leuk uit zien.
Blijkbaar vind Florian dat ook want hij slikt zichtbaar als ik de deur open en hij staat hij weer even te stuntelen, maar daarna geeft hij me een bosje klaprozen en een begroetingskusje op de wang. Wat lief! Ik voel mijn knieën knikken, vond het altijd onzin als ik het las, maar dat bestaat dus echt wel, hè. Blijkbaar heeft hij toen op die avond echt geluisterd. Ik bedank hem en ren snel terug mijn keuken in om ze in het water te zetten, ook al weet ik dat het weinig nut heeft. Even streel ik een blaadje en ga dan terug naar de gang waar Florian op mij wacht.

Hij rijdt ons naar een klein restaurantje, met hooguit twintig tafels binnen en buiten. Het oogt knus. Florian verteld, dat het eten hier altijd super goed is. De serveerster brengt ons een menu en vertelt ons over de dag specialiteit en ik twijfel tussen twee dingen. Florian ziet het en zegt dat ik dan gewoon allebei moet bestellen, wat ik niet op krijg, kan ik gewoon mee naar huis nemen. Ik ben verbaasd over zijn relaxte houding en eigenlijk vind ik die best wel prettig. Het is nu al een date die zo anders is dan alle dates die ik in het verleden heb gehad. Hij kletst en stelt vragen, échte vragen en hij luistert ook echt naar wat ik zeg. Ongekend. In ieder geval in mijn leven. Ik knik en ik durf hem ook vragen te stellen, het kletst nu net zo makkelijk als bij het barbecueën, het ongemakkelijke van de ontmoeting in de supermarkt en op de kazerne is weg. De spanning is wel gebleven en onder het praten kijken we elkaar vaak recht in de ogen aan, en regelmatig kijkt één van ons dan blozend weg. Ik vind het eten echt super lekker en ik voel mij totaal niet beschaamd als blijkt dat ik beide borden leeg kan eten. Wat een wonderlijke date! Ineens vraagt hij om een pen, ik grabbel in mijn tas, ik heb een pen in elke tas. ‘Alsjeblieft, maar ik vraag wel huur voor die pen hoor!’

Hij kijkt me aan en schiet in de lach. ‘Prima, je krijgt je huur.’ Hij tekent iets op een servet. Het duurt een paar minuten en dan geeft hij de pen terug, en als die terug in mijn tas is, overhandigt hij het servetje. Ik staar ernaar, ik bedoel wat moet ik anders doen? Het is, het is gewoon. Ik weet niet wat ik moet denken. Het lijkt op… mij….én Abbie. Het is een combinatie van ons beiden. Hoe kan dit? Ik kijk Florian aan.

‘Wat?’ Ik weet niks intelligents eruit te krijgen. Mijn gedachtes vallen als dominostenen om in mijn hoofd en over elkaar heen. Ik probeer orde te krijgen en adem diep in en uit. Al die tijd wacht Florian geduldig. Hij pakt mijn hand en streelt deze. Wat lief, schiet er door mijn gedachten heen. Adem in en uit, dan voel ik mijn lichaam weer ontspannen als ik mijn gedachtes weer meer geordend heb. Nog steeds houd Florian mijn hand vast en ik beweeg mijn hand absoluut niet meer. Stel je voor dat hij hem terug trekt?
‘Is dat echt Abbie? Jij kent Abbie?’ Florian glimlacht. Zijn ogen zijn mooi bruin, als van een hazelnoot, schiet het door me heen.

‘Wie kent Abbie niet? Er is er maar één zoals zij, en haar band met Jetthro is als met geen ander.’

Ik gaap hem met open mond aan. Een man die één van mijn lievelingsseries kent! En hij kan er zelfs een personage uit tekenen. Ik doe mijn mond dicht, een open mond is echt niet aantrekkelijk. ‘Je ként Jetthro, Abbie, Zifá? Ken je ook JeJa, Emmilie, Derreck en Roossy?’
Ik zie Florian knikken. Oh my. Een man die zelfs twéé van mijn lievelingsseries kent. ‘En Bukk en Robby en Alltea?’
Wéér knikt Florian. Ik weet niks meer te zeggen. Ik heb vragen maar ik weet niet welke ik als eerste moet stellen. Maar gelukkig is dat ook niet nodig. Florian begint zelf met vertellen. Hij verteld dat hij door de eerste twee series bij deze baan is terecht is gekomen, het had zijn interesse in de hulpverlening opgewekt. Maar hij wist dat hij niet het type is om met een pistool rond te lopen. Omdat ik niet wil dat weer mijn mond open gaat staan, zet ik mijn hand onder mijn kin en ik luister naar hem. Op een gegeven moment zijn we weer bij de series zelf aanbeland en we praten over het plot, wat er gebeurd, de wisseling van personages en de doden die vallen in de series. Van één serie verklap ik aan Florian dat ik het laatste seizoen nog niet heb gezien, omdat ik weet dat het de laatste is, en als ik het heb gezien is het afgelopen. Wat het nu ook al is, maar nu kan ik doen alsof het niet zo is. Fantaseren hoe het met ze gaat, als ik een einde heb gezien, en afhankelijk wat er gebeurd, is dat ja, misschien is dat niet meer mogelijk. We praten over alles alsof ze onze eigen vrienden zijn die we regelmatig treffen. Het is ongekend voor me. En als Florian voorstelt dat we het laatste seizoen samen zullen kijken, besluit ik bijna ter plekke dat ik met deze man wil trouwen.
Onzin natuurlijk, want dan moet hij ook met mij willen trouwen en wie wil dat nu? Maar voor dat ik verder kan doemdenken, wuift Florian de serveerster naar zich toe om te betalen. Onderweg naar buiten pakt hij het servetje en buiten houdt hij het nog eens aan mij voor.

‘Moriah,’ Hij lijkt ineens weer verlegen te worden. Oké, ik heb een zwak voor mannen die niet alleen mijn lievelingsseries kennen, maar ook voor een mannen, deze màn, die zo lief kunnen stuntelen. Het is schattig, want hij is daarnaast ook oogverblindend knap. Zijn ogen kijken me aan, hazelnoten zijn vanaf nu echt mijn lievelingsnootjes.

‘Moriah, jij bent ook Abbie, want je bent je eigen Abbie in je eigen serie die nooit eindigt. Wil jij mijn Abbie zijn?’

Ik knipper, en haal gelijk diep adem en mijn gedachtes blijven wonderbaarlijk geordend. Ik knik.

‘Ja, ik wil jouw Abbie zijn, ik wil dat jij een leadingpersonage bent in mijn serie.’ Duidelijker kon het niet toch? Florian trekt mij dicht tegen zich aan, nu wel intiem bedoeld en kust me tot dat mijn knieën weer knikken en ik me enkel nog aan hem vast houd. Oh ja hij heeft het nu echt verdiend, dat moet ik hem vooral niet vergeten te vertellen.

Ik heb mijn eigen serie, mijn eigen knappe brandweerman, enkel voor mij alleen.

————————————————————————————————

Zo dat was het! Dit was mijn verhaal. Mocht je niet helemaal thuis zijn in tv series. Deze namen zijn veranderd om aan de eisen te voldoen, maar ze moesten toch herkenbaar zijn. Dus vergeef me de cheesy namen.

Ik hoop dat je het leuk vond, je bent ieder geval tot hier gekomen! 😛 Dankjewel dat je alles hebt gelezen!

Criminal Minds:
Babygirl Penelope Garcia = Phenelopy Garciya
Derek Morgan = Derreck Morgen
JJ = JeJa
Emily = Emmilie
Rossi = Roossy
Spencer Reid= Spenser

NCIS:
Jethro  =Jetthro
Abby = Abbie
Zivá =Zifa

9-1-1
Buck, = Bukk
Eddie, = Edd
Christopher. =Chrystopher
Bobby = Robby
Althea = Alltea

Leave a Reply

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.