Interview met Femke Roobol

femke roobolFemke Roobol ze is geboren in Den Haag, woonde lange tijd in Zoetermeer waar ze ook op schoot heeft gezeten. Femke was gek op talen en deed dan ook, val niet van je stoel, in ZES talen. (Nederlands, Engels, Duits, Frans, Grieks en Latijn) en geschiedenis. Niet verwonderlijk dat ze na de middelbare school Italiaanse Taal-en Letterkunde is gaan studeren in Leiden! Dat is iets waar we allemaal met verwondering en bewondering voor kunnen hebben. Ze deed daar ook nog een bijvak Deens, want haar schoonmoeder is Deense. Werkelijk een talenwonder! Femke trouwde in Leiden, kreeg daar haar kinderen, een dochter en een zoon. Waarna ze voor het werk van haar man Lars voor een jaar naar Duitsland verhuisden. Daarna pakten ze hun boeltje op om bijna twee jaar naar Engeland te verkassen. Femke werkte daar op Heathrow in een grote boekenwinkel. Later volgde ze ook nog een opleiding tot lerares Frans, werkte als taaltrainer Italiaans en Frans en gaf ook nog weleens Nederlands aan buitenlanders. Na kort te hebben lesgegeven in het Frans, stortte Femke zich volledig op het schrijven. Waarin ze sinds 2018 weleens heerlijk word afgeleid door haar twee kleinkinderen. Op mijn verjaardag, vijf oktober, kwam haar nieuwste boek uit genaamd ‘Vogelvrij‘.

Gebruikt u een pseudoniem? En hoe is hij tot stand gekomen?
Ik schrijf niet onder een pseudoniem, maar gebruik (sinds ik trouwde in 1989) de naam van mijn man, met wie ik alweer 37 jaar samen ben, waarvan 32 jaar getrouwd.

Heeft u rituelen als u gaat schrijven?
Ik heb geen rituelen, wel een redelijk vaste dagindeling. 

Drinkt u liever thee of koffie?
Ik lust geen koffie, drink wel graag thee

Wat vindt u leuk om te doen naast het schrijven?
Ik houd van lezen, maar ik heb meestal te weinig tijd. Omdat ik veel researchboeken lees, lukt het me niet altijd om veel andere boeken te lezen. Verder houd ik van handwerken, lekker rustig. Wandelen en met mijn kleinkinderen spelen, zelfs al merk ik dat ik geen vijfentwintig meer ben zoals toen ik zelf moeder was van kleine kindjes. Verder zoek ik samen met mijn man stambomen uit (vooral voor Amerikanen). Door de lockdowns is het een tijd geleden dat we een archief hebben bezocht. Ik houd van musea en kastelen, landgoederen en mooie oude steden bekijken. Veel geschiedenis gerelateerd, zie ik nu. Maar dat is misschien geen verrassing.

Wat is uw favoriete kleur?
Blauw

Bent u een honden of een kattenmens?
Ik ben allergisch voor honden, maar ik heb wel drie katten. Ben gelukkig ook meer een kattenmens. 

U schrijft uw boeken in een geschiedenis setting. Als u uw boeken in een ander genre kon zetten welke zou dat dan zijn?
Toevallig ben ik bezig met een roman zonder een historisch decor. Dit onderwerp is te modern en de manier waarop ik het wil uitvoeren kan ook niet in een geschiedenis setting. Het staat al jaren in mijn computer en het trok het hardst dit keer. Ik schrijf het liefst over wat ik graag zelf ook lees, ik ben geen echte fan van thrillers bijvoorbeeld.

Hoe vind u het dat uw boek in het buitenland is/word uitgegeven?
Tulpenliefde‘ is inderdaad in het Duits uitgegeven, dat was een heel leuke verrassing. Het is natuurlijk fantastisch als je boeken een groter (buitenlands) publiek bereiken.

Hoe ziet een ‘normale’ dag in uw leven eruit?
Ik schrijf het liefst ’s morgens, tussendoor doe ik huishoudelijk werk om mezelf te dwingen op te staan vanachter de computer. Rond een uur of een probeer ik een pauze te houden. Soms maak ik dan een wandeling, of ook wel eentje aan het einde van de dag. ’S middags schrijf ik dan nog verder, tenzij ik afspraken heb. Ik kan niet ’s avonds schrijven, ik ben meer een ochtendmens dan een avond/nachtmens. 

Welk thema of onderwerp zou u nog graag eens aansnijden in uw boeken?
Lastige vraag. Mijn onderwerpen komen meestal zomaar op. Het kan zijn dat ik iets lees, hoor of zie waardoor ik ineens bedenk dat ik erover wil schrijven. Soms wordt ik gegrepen door een bepaalde historische figuur, een andere keer zijn het zelf bedachte personages.

Femke roobol

Welk karakter zou u zelf willen zijn?
Ik zou wel moediger en mondiger willen zijn, zoals Hester uit ‘Tulpenliefde’. Ik houd niet van directe confrontaties en zeg daarom lang niet altijd wat ik denk. Ik denk dat Constanze uit ‘De erfenis van Mozart‘ en Emmy uit ‘Tropenjaren‘ het meest op mij persoonlijk lijken. ‘De erfenis van Mozart’ is denk ik ook mijn meest persoonlijke roman. 

Wat is uw favoriete genre om te lezen?
Naast historische romans, lees ik ook graag feelgood (ik ben een echte romantica) en romans waarin de persoonlijke ontwikkeling van de personages op de voorgrond staat. 

Staat uw verhaallijn al vast als u begint? Of blijft het voor u ook een verrassing hoe het verhaal zich gaat ontwikkelen?
Ik heb altijd een begin en een einde in mijn hoofd, de rode draad als het ware. Verder werk ik de thematiek uit en schrijf meestal een uitgebreide karakterschets van de hoofdpersonen. Maar ik werk geen samenvattingen van hoofdstukken uit. Een manuscript lever ik het liefst pas in als ik het hele verhaal heb geschreven, ook kan ik dan pas een goede synopsis maken. Het is alsof ik tijdens het schrijven van de eerste versie de diepere laag nog moet ontdekken.

Stel dat ze een van uw boeken willen verfilmen, gaat u dat dan doen of niet? Ingeval van ja; welke acteurs zou u dan willen zien voor de personages?
Het zou een enorme eer zijn als een van mijn boeken zou worden verfilmd. Film is een heel ander medium natuurlijk dus wordt het ook weer een ander product dan mijn boek. Ik zou me laten verrassen door de acteurs.

Proeflezen, laat u dat iemand doen die u goed kent en uit uw naaste omgeving? Of liever iemand die u niet persoonlijk kent?
Er is maar een persoon die ik zoveel vertrouw dat hij de eerste versie mag lezen: dat is Lars. Als hij zegt: ‘het is niks’, stuur ik het niet op. Hij is ook erg goed in het in de gaten houden van de tijdlijn in het verhaal en bijzonder goed in historische feitjes. 

Zijn er dingen die u mijdt in uw boeken? Waarom?
Heel grof taalgebruik en vloeken. Ik houd er zelf niet van en ik vind het onnodig dat ik daarmee andere mensen beledig die er aanstoot aan kunnen nemen.

Wat is het grappigste wat u heeft mee gemaakt door het schrijven?
Tijdens het schrijven van ‘de erfenis van Mozart’ was het ontzettend leuk om samen met Lars flauwe, vieze woordgrappen te bedenken om Mozart (die daar om bekend stond) in de mond te leggen. Ze hebben het niet allemaal gehaald, maar we zijn nog steeds trots op: ‘tot de schijt ons doodt.’ 

Verder is Lars een keer uit het dakraam van onze badkamer geklommen om me te demonstreren hoe je vanaf een dak weer terugkomt door een raam omdat hij vond dat ik dat niet goed had beschreven in ‘Springtij‘. Ik zelf durfde dat niet, want ik heb hoogtevrees. De passage is overigens wel aangepast na zijn demonstratie.

Uit hoeveel woorden bestaan uw manuscripten?
Dat varieert: over het algemeen rond de 80.000-100.00 woorden. 

Laat u zich graag misleiden door een mooi boekomslag?
Zelf zou ik eerder zeggen ‘verleiden’. Nee, niet echt. Sommige omslagen vind ik echt lelijk maar als de inhoud me aanstaat, koop ik hem toch. 

Hoeveel boeken leest u ongeveer per jaar?
Te weinig naar mijn zin. Maar ik zit wel veel met mijn neus in de boeken, naast het schrijven natuurlijk. Veel research boeken, dat ligt aan het onderwerp (toch al gauw 5 of 6 gemiddeld per onderwerp) en daarnaast probeer ik zoveel mogelijk romans te lezen die me interessant lijken. Ik denk ongeveer 10-15 per jaar

Welke debutant heeft het afgelopen jaar indruk op u gemaakt?
Ik heb geen debutanten gelezen in het afgelopen jaar. 

Wat is uw favoriete quote?
‘Time makes us sentimental. Perhaps, in the end, it is because of time we suffer.’ Uit: call me by your name, André Aciman

Als iemand nog geen boek van u heeft gelezen. Welke raad u dan aan als eerste kennismaking?
Allemaal natuurlijk! Nee, veel mensen vinden ‘De laatste winter’ mooi. Over de tweede wereldoorlog (razzia van Putten en de Hongerwinter). Ook ‘Springtij’ (over de watersnoodramp en de bouw van de afsluitdijk) wordt vaak genoemd. Houd je van de zeventiende eeuw en schilders? Dan is ‘Tulpenliefde’ misschien wel het beste boek om mee te beginnen. 

Doet u voor uw boeken research? Kost dat veel tijd?
Er ontstaat geen historische roman zonder research. Dus: ja, en paar maanden. In die tijd werk ik het idee verder uit en als de eerste research is afgerond begin ik met schrijven. Maar ook tijdens het schrijven moet ik vaak terug naar de research. Al is het maar om erachter te komen of er in de tijd die ik beschrijf een bepaald voorwerp of uitdrukking al bestond 🙂

Liep u tegen feiten of leuke weetjes aan waardoor u blij verrast was en gebruikt u dat soms ook?
Ik ben altijd op zoek naar leuke details. Bij ‘Koning in het noorden’ kwam ik er bijvoorbeeld achter dat er een verhaal bestond over Christian II van Denemarken (een van de hoofdpersonen) dat hij van hoge daken hield. Dan schrijf ik natuurlijk scènes waarin hij zo hoog mogelijk klimt. Die details zorgen ervoor dat je kunt laten zien dat de personages menselijk zijn. Een droge opsomming van feiten is natuurlijk geen roman. 

Waar en met wat zit u als u schrijft?
Aan mijn bureau in mijn werkkamer. Op het bureau ligt/staat behalve mijn computer zo weinig mogelijk, maar in het eerste stadium van het verhaal en de eerste versie liggen er altijd research boeken/uitgeprinte dingen etc. om me heen zodat ik ze kan raadplegen. Verder heb ik boven mijn bureau een soort moodboard meestal vol plaatjes uit die tijd. Bij het schrijven van mijn negende roman (nu) hangen er vooral gedichten en songteksten, om in een bepaalde stemming te komen, omdat dit geen historische setting heeft. Verder heb ik een whiteboard staan waarop ik meestal de tijdlijn hang en andere dingen die ik moet onthouden om te schrijven. 

Heeft u nog tips voor beginnend schrijvers?
Veel lezen, je kunt leren van hoe anderen iets hebben gedaan, zelfs als het niet jouw eigen smaak is. Dan kun je nog altijd bedenken dat je het zo níet wilt doen. Veel schrijven: hoe meer je oefent, hoe beter je wordt. Doorzetten: gewoon gaan zitten en beginnen. Raak niet ontmoedigd als je wordt afgewezen, hoe moeilijk dat ook is. Zorg dat je je verbetert. Volg een schrijfcursus, als je geld kunt missen: laat een redacteur naar je tekst kijken. Kritiek is niet leuk, maar je leert ervan. Maak vooraf een plan voor je verhaal, dat helpt je om de rode draad vast te houden. Geniet van schrijven, het is het leukste wat er is.

Wilt u nog een nieuwtje vertellen wat niemand nog weet?
Op dit moment even geen nieuwtjes helaas.

Dankjewel Femke voor alle tijd en moeite voor het beantwoorden van alle vragen! Ik vond het superleuk ook een inkijkje in jouw schrijfkeuken te krijgen! Je kan Femke’s website hier vinden.

*Foto’s zijn van Femke Roobol, Zomer & Keuning, Freepik en mijzelf*

*** Persoonlijke opmerking***
Bloggen doe ik nu al jaren, sinds ik in Duitsland woon. Dat, samen met mijn dyslexie, zorgt ervoor dat ik schrijf- en grammaticale fouten maak. Ik ben mij bewust dat ik deze soms nog steeds overzie als ik mijn tekst nog eens nalees.
Het is helaas voor mij niet te betalen om iemand dat te laten corrigeren. Ik beloof jullie dat ik mijn best doe, en het belangrijkste is voor mij vooral boekenliefde met jullie te delen!***

One Response

  1. Anne-Marie Dewachter
    Anne-Marie Dewachter at |

    Leuk interview. Ik heb de meeste van Femkes boeken gelezen en ben fan. Koning van het noorden ligt nog op de stapel. Net als Femke ben ik een talennerd. Grieks zat niet in mijn pakket, maar Latijn wel en ook Spaans. Wij moesten sowieso in alle vakken eindexamen doen. Heerlijke boeken schrijft ze. Romans die goed gerechercheerd zijn, maar toch geen ‘geschiedenisboek’ zijn. Alhoewel ik dat ook graag lees. 🙂

    Reply

Leave a Reply

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.