Interview met Jackie van Laren

JackieJackie van Laren, aka Jacqueline Remmers, ze heeft een pseudoniem omdat ze ook in het boekenvak werkzaam is en het zo voor Jackie makkelijker is om het uit elkaar te houden welke pet ze op heeft. Hoe haar naam is ontstaan legt ze verderop zelf uit! Iedergeval probeer ik het intro kort te houden, want Jackie was erg vrijgevig met haar pen 😀 Haar boeken heb ik pas in mei 2021 leren kennen, hoewel ik Jackie’s naam al vaker tegen kwam, en ik kan nu daadwerkelijk zeggen dat ik een fan ben van haar boeken, haar schrijfstijl en humor. Treed binnen in een interview waar Jackie veel verklapt hoe het bij haar afloopt in het dagelijks leven en hoe de verhalen tot stand komen! Ps.. in twee(!) dagen komt het tweede deel ‘Zomerloof’ van de serie: ‘Onder de bomen.’ uit! Ik kan echt niet wachten! Een overzicht met alle boeken die ik tot nu toe heb gerecenseerd vind je hier

Hoe is uw pseudoniem ontstaan?
Waar komt de naam dan vandaan, vraag je je misschien af? (misschien vraag je je dat ook wel helemaal niet af, want zo interessant is het natuurlijk nou ook weer niet, vergeleken met zeg, het wereldnieuws. Daar heb ik begrip voor, als je het niet interessant vindt, maar goed, dan heeft het ook niet zoveel zin om dit interviewtje verder te lezen. Weet je wat: als jij verder gaat, dan doe ik het ook. Komt ‘ie:)

Mijn schrijversachternaam eerst. Drie van mijn grootouders waren Amsterdammers, maar mijn oma van vaderskant kwam uit Laren. Mijn familie heeft nog steeds banden met Laren en ikzelf heb mooie herinneringen aan de bezoekjes aan mijn deftige maar lieve oudtante, die in Laren woonde, in een piepklein huisje op de Brink. Dus ik dacht: daar kan ik wel iets mee.

Mijn schrijversvoornaam is niet zo moeilijk; ik ben toen ik nog jong en onbezonnen was lang de zangeres geweest van een grote band met de welluidende naam ‘Jackie and the Blues Factory’. Ik dacht dus: kom, we stoffen Jackie weer eens af. En hup, Jackie van Laren was geboren. En mocht een of andere enthousiasteling ooit van plan zijn mijn geschrijf in een andere taal dan Nederlands te willen uitgeven, dan is dat ook nog een naam die, vermoed ik, de meeste mensen wel zullen kunnen uitspreken zonder een tonghernia op te lopen.

En wat is uw favoriete liedje aller tijden?
Dat valt nog niet mee, die keuze! Je moet weten, ik luister op een nogal vreemde manier naar muziek. Ofwel hel glijdt aan de oppervlakte langs mijn oren en ik registreer het nauwelijks, ofwel ik vind er iets moois of bijzonders aan, en dan wil ik het ook echt “goed” beluisteren. Dan raak ik er bijna verslaafd aan en luister ik het heel vaak achter elkaar totdat ik het “snap”, totdat ik alle partijen die erin zitten goed heb gehoord en begrepen. En dan “zit het voor eeuwig in mijn database” en luister ik het nog maar heel af en toe. Ik heb ook niet echt een “smaak”; ik kan — resultaten uit het verleden bewijzen het — binnen alle mogelijke stijlen wel een nummer vinden wat per se de database in moet.

Toch is er wel, grosso modo, een richting waarin ik meer nummers heb gevonden die ik heb plat geluisterd, en dat is in de folk/akoestische hoek. Dat kan Americana zijn, of blues, of voor mijn part Ierse folk: als het in principe onversterkt uitvoerbaar is, dan heeft het blijkbaar bij mij toch een streepje voor. (Hoewel er ook een paar van die oer-housenummers van Tiësto in de database zitten, en ook wel wat metal, ik zeg het maar even…)

Er zijn in ieder geval wel twee nummers waarvan ik zo even in de gauwigheid kan zeggen dat ze me blijven prikkelen, al heb ik ze nog zo vaak geluisterd: Lead Me On van Kelly Joe Phelps en I Know You By Heart van Eva Cassidy (waar ik ook heel vaak van ga huilen). En ik heb ook een hele LP die zo tijdloos is, voor mij, dat hij nog even mooi is als toen ik hem ruim dertig jaar geleden voor het eerst hoorde: het album van Robbie Robertson uit 1987. En dan vooral het nummer Broken Arrow. Ik heb trouwens nooit muziek op staan als ik schrijf. Dat komt vooral omdat ik dat meestal ’s morgens vroeg doe, als iedereen nog slaapt (duh), maar ook omdat muziek afleidt van de film in mijn hoofd die ik zie als ik schrijf. Ik zet eigenlijk ook bijna nooit muziek op als ik in huis ben, alleen als ik in beweging ben. Dus de radio aan in de auto, of Spotify op mijn mobiel als ik ergens heen loop, fiets, of met het OV ga.

Drinkt u liever thee of koffie?
Thee. Maar koffie (zwart met niks) vind ik ook lekker, al moet ik wel oppassen dat ik er niet teveel van ga drinken, anders krijg ik weer een week hoofdpijn als ik moet afkicken…

Als iemand nog geen boek van u heeft gelezen. Welke raad u dan aan als eerste kennismaking?
Ik zou op het eerste gezicht zeggen: ‘Thuiskomen’.Daar ben ik tot nu toe het meest tevreden over; het bestrijkt de totale breedte van het leven: eenzaamheid, geborgenheid, liefde, dood en geboorte. Het brengt hoop voor alle generaties. Of tenminste, dat was de bedoeling; je weet natuurlijk nooit zeker of dat wat je ergens in stopt, ook daadwerkelijk wordt teruggevonden door de lezer.

Ik begrijp wel, uit feedback van lezers, dat er veel mensen zijn die liever willen binge-en, en dan heb je natuurlijk meer aan een serie. Het is maar net waar je van houdt natuurlijk; als je de Q-serie leest, dan kom je ‘aan je trekken’ (ahem) op het gebied van de pittige scènes, omdat die serie een nogal getroebleerde held heeft die probeert dat wat hij niet durft te voelen, naar de achtergrond te duwen door de oppervlakkige rush van seks. Als je meer houdt van een inkijkje in het muzikantenbestaan, dan kun je  ‘Vallen’ en ‘Opstaan’ lezen; dat gaat voor mij vooral over de voorkant en de achterkant van perceptie. Mensen krijgen (door de media) bepaalde ideeën over beroemde mensen, maar de werkelijke persoon die eronder zit zou wel eens een heel ander iemand kunnen zijn. En als je het leuk vindt om te lezen over een vriendengroep van jonge mensen, die allemaal een stap naar de volwassenheid moeten zetten, dan is de Eilandliefdeserie (waar ‘De Meisjesmagneet‘ zijdelings bij hoort) een goeie om mee te beginnen.

Wat in al mijn boeken gebeurt, is dat liefde de grote motivator is om iets te veranderen. Mijn hoofdpersonen hebben allemaal iets dat onopgelost is, in hun karakter, of in hun belevenissen of frustraties, en dan worden ze verliefd, en dat geeft ze het juiste zetje (of de juiste duw) om een moeilijke stap in hun leven te zetten. Liefde is, in mijn ogen, de grote motor van het leven; voor liefde doen we de moeilijkste, raarste dingen. We verloochenen onszelf, we storten onszelf in het ongeluk, we hangen ons verstand aan de wilgen. Maar aan de andere kant, en die kant wil ik nou juist beschrijven, kan liefde ons redden en helen, en in contact brengen met wat we moeten doen om een beter en gelukkiger mens te worden. Het is wel grappig, vind ik: er is een lezeres wier naam ik regelmatig terug zie komen op socials, en die dan steeds mijn boeken beoordeelt met nadrukkelijk één ster, omdat ze vindt dat er steeds hetzelfde in gebeurt. Boy meets girl, en klaar. Ik doe hier mijn best om hoofdpersonen te verzinnen met de grootst mogelijk psychologische of emotionele knopen, die dan met horten en stoten en onder de zachte dwang van de liefde, in het boek rustig ontrafeld kunnen worden, en wat leest zij? Boy meets girl. Het is een dikke grinnik waard, en zo is het antwoord op deze vraag weer rond: je weet als schrijver natuurlijk nooit of dat wat je erin probeert te stoppen, er ook werkelijk door de lezer weer uit wordt gehaald.

Wat zijn uw hobby’s?
Lezen, schrijven, muziek maken (zingen), haken en tijd doorbrengen met mijn twee grote liefdes, mijn man en mijn zoon.

Uw schrijfstijl vind ik in alle boeken die ik tot nu toe heb gelezen, kort gezegd humorvol en adrem. Ben u zo ook in het echte leven? Of is het echt iets wat meer voorkomt in uw boeken?
Ha, dat kan ik toch niet zo over mezelf zeggen? Ik kan mezelf niet van de buitenkant bekijken! Ik hou wel erg van humor: humor is de grote ijsbreker, het mooiste sociale smeermiddel dat we hebben. En dan vooral hou ik van taalgrapjes, van spelen met taal; taal is ook een soort muziek, taal kan, mits goed gebruikt, enorm swingen. Ik heb wel gehoord van vrienden die eens een boek van me lazen, dat ze me af en toe bijna hoorden praten, wat ik natuurlijk grappig vind om te horen, en ik weet ook dat, toen ik studeerde, ik af en toe de bijnaam AdRemmers kreeg, dus wie weet ben ik inderdaad wel de hele dag zo… Het lijkt me overigens dodelijk vermoeiend, dus ik hoop voor mijn directe medemens dat het een beetje meevalt…

Hoe ziet een ‘normale’ dag in uw leven eruit?
Ik sta ergens tussen 5 en 6 uur ’s morgens op om te gaan schrijven. Mijn laptop staat naast mijn bed aan de oplader, dus ik zit meestal op de rand van mijn bed in mijn ponnetje te typselen terwijl iedereen nog slaapt. Dat doe ik iedere dag, dus ook in het weekend: ik schrijf denk ik gemiddeld drie pagina’s manuscript per dag; zo’n 1200 – 1500 woorden. Dan is het tijd om op te staan, en ga ik ontbijt maken, en lunch voor de mannen als die naar school en werk moeten. En dan breng ik mijn zoon naar school, haal ik boodschappen en ga ik zelf aan het werk. Sinds vorig jaar de lockdown begon heb ik full-time thuis gewerkt, wat ik enorm fijn vind, al zit ik soms wel uren te videobellen met collega’s. Ik heb een baan waarbij dat makkelijk kan: ik werk dan wel voor een van de grootste uitgeverijconcerns in Nederland, maar ik heb een “digitale baan”. Vroeger heb ik spannende boeken uitgegeven voor Luitingh-Sijthoff, maar nu beheer ik een grote database met informatie over al onze boeken, en zorg ik er met mijn collega’s voor dat alle boeken op alle mogelijke plekken online steeds goed te vinden zijn, en dat ze “er overal netjes bij staan”. En daarnaast probeer ik hulpmiddelen voor mijn collega’s verder te ontwikkelen, waardoor ze op basis van goede business intelligence nieuwe uitgeefbeslissingen kunnen nemen. Klinkt allemaal reuze technisch, en dat is het soms ook. Grappig genoeg kan ik geen regel coderen, maar ik kan wel verzinnen hoe dat wat mijn collega’s nodig hebben, kan worden vertaald naar iets wat we met software op kunnen lossen, en dan kan ik aan een softwarebouwer uitleggen wat we nodig hebben. Ik heb bijna als een soort vertalersrol, dus.

Tegen de tijd dat iedereen weer thuis is en honger begint te krijgen ga ik eten maken. (Ik zou niet van mezelf zeggen dat ik kan ‘koken’, want ik gebruik nooit een recept en wat ik maak heeft ook nooit een naam, maar toch wordt het altijd met redelijk enthousiasme naar binnen geschoven, dus ik denk dat het wel goed gaat.) En als dat is afgerond hangen we nog even gezellig voor de tv en probeer ik een stukje van mijn onderhanden haakwerk te doen, terwijl ik nadenk over wat ik nou weer met mijn hoofdpersonen moet aanvangen als de volgende ochtend aanbreekt en de schrijfwekker op een onbehoorlijk vroeg uur afgaat…

Lekker glamoreus, he? Hahahaha. Het komt erop neer dat ik tussen 6 en 7 uur ’s morgens auteur ben, en de overige 23 uur van de dag ben ik moeder, echtgenote, informatiemanager en collega….

Hoe bent u begonnen met schrijven?
O, als kind al, ik zat altijd dingetjes te maken, gedichtjes, kleine verhaaltjes, maar ook knutseltjes van papier of stof of draad; ik had als kind nog niet zo het gevoel voor verschil tussen die dingen, ik ging gewoon “iets maken”, iets wat er eerst nog niet was.

Toen ik ouder werd schreef ik vooral liedjes en gedichten, ook wel omdat ik een beetje bang was voor zo’n enorme lap tekst die je moet maken als je een boek schrijft. Maar gaandeweg is die angst wel verdwenen; het is gewoon een kwestie van oefenen en uiteindelijk maakt het niet zo bar veel uit hoe lang het is. Je moet je hoofd erbij houden, en wat aantekeningen maken zodat je niets vergeet, en je moet de tijd nemen het regelmatig vanaf het begin nog eens door te lezen om te checken of er niet nog “gaten” in zitten.

Het lastigste van schrijven vind ik om de sfeer goed te krijgen, en om de informatie die je bij de lezer wilt krijgen, op de spannendste manier te delen. Soms weten de hoofdpersonen meer dan de lezer, soms weet de lezer iets waar de hoofdpersonen nog achter moeten komen. Dat “spel” maakt dat je blijft lezen, dat je geïntrigeerd blijft.

Hoe voelt het om ook zelf werkzaam te zijn in de boekenwereld? Is dat makkelijk of moeilijk of…?
Ik vind het wel makkelijk, want ik begrijp waarom dingen gaan zoals ze gaan. Waarom het soms heel lang duurt voordat er iets gebeurt, en waarom je soms snel moet zijn. En ik heb ook geen idiote verwachtingen: van schrijven word je namelijk niet rijk. Er zijn misschien maar honderd mensen in Nederland die echt van het schrijven kunnen leven (dus zonder bijschnabbelen).

Waar komt uw inspiratie vandaan?
Ummmm… Mijn hoofd ziet er vanbinnen uit als een fruitmachine, weet je wel, zo’n gokapparaat met zo’n hendel. Ik trek aan de hendel, er gaat van alles draaien, en mijn brein doet: bing, geen goed idee, bing, geen goed idee etc, totdat ineens… bingbingbing! Goed idee! En dan ga ik er verder over nadenken, om te zien hoeveel “vlees eraan zit”. Dan kan het idee nog altijd afvallen, maar als het leuk genoeg lijkt dan maak ik er een aantekening van. Ik heb een heleboel van zulke ideeën opgeschreven, in één alinea, en soms blader ik daar nog eens doorheen. Sommige van die die ideeën worden een boek, sommige komen terug in een boek… Kortom, ik heb gewoon nooit “geen idee”. Het is meer dat het best wat tijd kost om de berg mogelijke ideeën een beetje te sorteren en uit te zoeken wat onzin is en waar ik eventueel nog iets aan heb… Een boek schrijven kost bij mij meer tijd dan een berg ideeën hebben.

Wie is uw grote voorbeeld? Met schrijven of gewoon in het totale leven?
In het totale leven is dat denk ik mijn oma Miep. Ze is 96 geworden en ze was één dag voor mij jarig; we waren heel dol op elkaar en konden altijd grinniken om hoezeer we in sommige dingen op elkaar leken. Mijn oma had een enorm uithoudingsvermogen en ze kon onder de meest heftige omstandigheden positief blijven en een oplossing verzinnen. En ze was grappig, ik heb haar als inspiratie gebruikt voor het karakter Miep in ‘Thuiskomen’…

Op het gebied van schrijven is denk ik Stephen King mijn grote voorbeeld. Hij heeft een enorme productie en kan de meest bizarre zaken geloofwaardig laten overkomen. Schijven is een ambacht en hij is een vakman.

In elk boek wat ik tot nu toe heb gelezen, speelt muziek een grote of mindere grote rol. Hoe is dat gekomen?
Ik hou van muziek. Taal is ook muziek, en muziek is een taal; ik denk dat je je beter kunt uiten als je weet hoe je muziek moet maken. Het zegt iets over de rijkheid van de emotionele schakeringen, en in een verhaal is het ook mooi als metafoor te gebruiken: hoe iemand speelt of zingt zegt heel veel over hoe iemand zich voelt, zonder dat je dat dan echt hoeft te omschrijven. Ik geloof erin dat je, door jezelf bloot te stellen aan culturele input, en dat is zowel lezen als muziek als beeldende kunst als theater en film, je emotionele leven verrijkt, de diepte en breedte waarmee je kunt voelen, je compassie, je geluksgevoel, dat wordt allemaal rijker. En ik probeer daaraan bij te dragen door boeken te schrijven die gaan over hoe mensen zich voelen, en als vanzelf hoort muziek daar ook bij, voor mij.

Ik ben heel stilletjes al een tijdje af en toe aan een verhaal bezig waarbij naast muziek ook beeldende kunst zo’n soort rol heeft. Daar moet ik iets meer op oefenen; ik maak zelf al sinds mijn kindertijd muziek, dus dat ligt heel natuurlijk voor mij.

Als u back up nodig had, wie uit uw boek mag uw rug dekken?
Wat een grappige vraag! Ik denk dat ik dan moet kiezen voor Freek, de mannelijke hoofdpersoon uit ‘Lentegroen’, omdat hij zo heerlijk eerlijk en betrouwbaar is. Maar het zou zomaar kunnen dat ik hierna iemand bedenk die ik nog leuker vind. 

Bent u zelf een lezer? Hoeveel boeken leest u ongeveer per jaar?
Natuurlijk ben ik een lezer! Ik denk dat het niet zou kunnen om een schrijver te zijn als je niet ook een lezer bent. Maar ik lees wel veel minder dan vroeger, omdat ik tegenwoordig nogal een dichtgetimmerde dag heb (zie onder de vraag “hoe ziet je dag eruit”, haha), en tegen de tijd dat ik ga slapen ben ik zo moe dat ik meteen in slaap val, zonder nog te lezen.

Ik ben wel een kieskeurige lezer. En ik ben ook nog eens niet echt een die-hard feelgoodlezer, wat eigenlijk grappig genoeg de meeste mensen blijkbaar wel verwachten bij iemand die boeken schrijft die als feelgood in de markt gezet worden. (Ik beschouw mezelf niet per se als “feelgoodschrijfster”, ik schrijf gewoon waar ik zin in heb, en daarna bepaalt de uitgeverij dat het binnen een bepaald genre valt, dat er een bepaald type omslag omheen moet om een bepaald deel van de markt aan te spreken etc. Wie weet schrijf ik ook nog wel eens een verhaal dat niet feelgood is, dat weet ik natuurlijk niet van tevoren.)

Vroeger las ik veel spannende boeken, Amerikaanse of Engelse literatuur, een beetje fantasy en soms ook wel eens een feelgoodroman, meestal een Engelse. Nu lees ik eigenlijk vooral non-fictie, meestal maatschappelijk geëngageerd. Of ik lees ook wel eens een boek omdat het me helpt bij het schrijven van mijn eigen boek, als onderzoek dus. Ik heb geen idee hoeveel per jaar het er zijn, ik tel nooit…

Waar kunt u in de nacht wakker voor gemaakt worden?
Chocola! En ik vind dat ook nog eens heel lekker om in bed te eten, het liefst terwijl ik lig te lezen.

Jackie van Laren

Wat is het grappigste wat u heeft mee gemaakt door het schrijven?
Soms krijg ik supergrappige pmmetjes van mensen die mijn boek hebben gelezen, zoals vrouwen die na het lezen van ‘Lentegroen’ enigszins verbaasd zeggen: Freek (een man met asperger) is nèt mijn man! Of dat ze tijdens het lezen van de Q-serie heel veel zin in seks kregen en vervolgens hun man de nacht(en) van zijn leven hebben bezorgd. Er was ook iemand die in een berichtje vertelde dat ze de moed heeft gevonden om haar hele leven om te gooien na het lezen van een van mijn boeken, en ik heb een goede kennis die was verhuisd teruggevonden via social media, doordat ze mijn boeken las en we aan de praat raakten — we wisten eerst niet van elkaar dat wij het waren. En, het belangrijkste: ik heb een echt heel goede vriendin met wie ik alles kan delen erbij gekregen door het schrijven. Dat zijn mooie dingen.

Uit hoeveel woorden bestaan uw manuscripten?
Meestal tussen de 90.000 en de 120.000 woorden.

Wat doet u als u vast loopt tijdens het schrijven?
Dat gebeurt eigenlijk niet. Ik word altijd gered door de fruitmachine in mijn hoofd.

Waar en met wat zit u als u schrijft?
Op de rand van mijn bed, met mijn laptop op schoot, in mijn nachtponnetje, met de vouwen van mijn kussen nog in mijn gezicht en mijn haar als een vogelnest op mijn hoofd. Je krijgt géén foto!

Op welke manier is uw boekenkast ingedeeld? (bijv. gesorteerd op auteur, genre, uitgeverij)
Mijn boeken zijn zoveel mogelijk bij elkaar gezet als ze iets met elkaar te maken hebben, en verder staan ze op grootte, zodat er zoveel mogelijk in de kast past. Er zijn meer boeken dan kast, natuurlijk, dus ik moet daar nog een oplossing voor bedenken…

Wat is uw favoriete quote?
Heb ik niet… Sorry.

Proeflezen, laat u dat iemand doen die u goed kent en uit uw naaste omgeving? Of liever iemand die u niet persoonlijk kent?
Ik laat nooit iemand proeflezen. Ik weet vrij precies wat ik wil doen, en ik voel niet de behoefte om dat te toetsen voordat het verschijnt. Meestal heb ik dat wat ik schrijf wel heel goed doorgesproken met de mensen van de uitgeverij, dus dat is al een proces waar ik mijn geest lekker aan heb kunnen scherpen. Soms laat ik wel eens mensen meelezen, maar alleen als ik ze goed ken en vertrouw — ik schrijf in google docs, en dan deel ik gewoon de link van mijn werkdocument. Ik vind het niet zo griezelig om een inkijkje te geven in het rauwe proces.

Stel dat ze een van uw boeken willen verfilmen, gaat u dat dan doen of niet? Ingeval van ja; welke acteurs zou u dan willen zien voor de personages?
Het lijkt me enorm leuk om te zien wat iemand anders ervan zou maken als mijn verhaal vertaald wordt naar beeld. Het kan heel erg aansluiten bij hoe ik het voor me zie, maar het kan natuurlijk ook iets heel anders worden.

Ik weet werkelijk niet wie wat zou moeten spelen. Ik ‘zit ook niet zo goed in de Nederlandse acteurs’, moet ik bekennen, ik weet helemaal niet uit wie ik zou moeten kiezen!

Grappige anekdote: de Eilandliefdeserie is begonnen als Facebookfeuilleton, en af en toe kwamen er dan onder de verschillende afleveringen ook van dit soort discussies op gang: wie moet wie spelen. Eén trouwe en enthousiaste lezeres wilde het liefst dat zo’n beetje ieder mannelijk personage door Jason Momoa zou worden vertolkt. Hoe ik ook mijn best deed om ze er, in ieder geval op papier, allemaal anders uit te laten zien…

Doet u voor uw boeken research? Kost dat veel tijd? Liep u tegen feiten of leuke weetjes aan waardoor u blij verrast was en gebruikt u dat soms ook?
Soms wel. Bij ‘Vallen’ en ‘Opstaan’, en ook bij ‘De meisjesmagneet’, kon ik voor een heel groot deel mijn eigen ervaringen als muzikant gebruiken, maar voor een aantal zaken in de Eilandliefdeserie (zoals bijvoorbeeld de bitcoins van Cam) moest ik wel even uitvinden hoe dat zit. Ik ben niet zo’n cryptovalutabelegger, hahaha.

Voor ‘Lentegroen’ heb ik tot nu toe het meeste research moeten doen: niet alleen voor de hoofdpersonen (zelfs voor het paard Jack heb ik best veel op moeten zoeken, want ik ben geen paardenmeisje), maar ook voor een aantal IT-achtige, technische zaken heb ik wel een beetje hulp moeten vragen om te checken of mijn ideeën wel echt konden. En hier en daar heb ik ook wel wat moeten bijschaven. Dat is superleuk en leerzaam; maar ik ben wel iemand die sowieso bij iedere vraag of lichte onduidelijkheid driftig begint te googelen, dus ik sta denk ik wel in een soort constante research-stand. Wat ik allemaal niet aan leuke feitjes ben tegengekomen die ik ook daadwerkelijk heb verwerkt is gewoonweg niet meer op te noemen…

Als iemand zegt in een recensie; een lekker boek voor tussendoor. Wat voor gevoel krijgt u daarbij?
Ik moet dan altijd eerst heel hard lachen (net als wanneer iemand zegt dat mijn boeken voorspelbaar zijn), en daarna vraag ik me af: waar tussendoor dan? Tussen andere boeken door, of tussen werkzaamheden door, of tussen het eten door, of, of… wat? Ik vind het maar een rare kwalificatie, en ik vermoed dat het vaak bedoeld is als negatieve kwalificatie. Dat vind ik dan jammer, want als je een boek leest, dan moet je het natuurlijk gewoon lekker lezen en genieten van wat het boek je te brengen heeft, en dan moet je, vind ik, daarbij niet nadenken over het boek dat ervoor zat en het boek dat erna gaat komen. Daarmee doe je in feite alle drie die boeken te kort.

Maar wat er hier ook meespeelt is dat feelgood natuurlijk niet zo’n goede reputatie heeft. Het is vooral “geen literatuur”, en veel mensen schamen zich volgens mij een beetje dat ze er dan toch van genieten. Nou is er ook best veel verschenen in de categorie feelgood dat niet zo heel best is geschreven, maar er zijn ook boeken die literatuur heten en die eigenlijk niet zo best zijn geschreven. Wat veel lezers zich niet realiseren, is dat heel veel van die categorisering van een boek, van hoe het in de markt gezet wordt door de uitgeverij, bijdraagt aan hoe het door de lezer wordt ervaren. Het is tot op zekere hoogte een self fulfilling prophecy: als je ervan uitgaat dat je een boek gaat lezen dat “kwalitatief minder” is dan “literatuur”, dan lees je het ook met die bril op, en dan krijg je in ieder geval ook voor een deel waar je je op had ingesteld.

Een slecht geschreven “feelgoodboek” voldoet aan de verwachtingen en dat leg je misschien weg, een goed geschreven feelgoodboek lees je uit en dan zeg je, een beetje besmuikt, om niet weggezet te worden als iemand die in principe slechte boeken leest, dat je het “voor tussendoor” hebt gelezen.

Bij een slecht geschreven “literair boek” lees je het met lange tanden uit en denk je misschien van jezelf dat je net niet slim of cultureel ontwikkeld genoeg bent om te snappen wat er nou zo geweldig aan is, en dat verzwijg je dan netjes als je aan iemand gaat vertellen dat je het literair verantwoorde boek hebt gelezen.

Ik trek me er maar niet zo veel van aan terwijl ik schrijf (op dat moment is het nog helemaal geen boek, maar gewoon nog een verhaal op mijn laptop, en het is op zo’n moment al helemáál nog geen genre van het een of ander), en als het boek eenmaal af is moet ik er eigenlijk nogal om lachen, omdat het voor mij vooral aangeeft hoe mensen het zich af en toe moeilijk maken…

Bij de kwalificatie “voorspelbaar” moet ik lachen om iets anders: omdat het zo’n middelbareschoolbeoordelingsterm is, net als “of de hoofdpersoon wel een ontwikkeling doormaakt”. Dat leer je als verplicht kopje om iets over te zeggen als je boekverslagen voor je leeslijst moet schrijven, en ik krijg er altijd wel een beetje kramp in mijn kaken van dat er zoveel mensen zijn die daar blijkbaar nooit overheen groeien als ze eens iets over een boek willen zeggen. Bij een boek gaat het natuurlijk om de reis, niet om het einddoel, en het is dus volkomen onbelangrijk of je dat einddoel aan het begin van het boek al kunt zien liggen of niet. Het gaat erom of het verhaal goed genoeg wordt verteld, zodat je wilt blijven lezen.

Wat is uw grootste valkuil bij het schrijven?
Volgens de geweldige Femke, die mijn boeken redigeert, doe ik iets onhandigs met mijn voltooid deelwoorden. Ik probeer nu al vijftien, nee zestien (sjonge, ik ben bezig aan mijn zestiende boek!) boeken lang het goed te doen, en ik doe het al heel veel minder vaak fout, maar bij ieder manuscript haalt ze er nog wel een paar uit. Schaam!

Verder is een valkuil, in een wat groter kader, dat ik te veel ideeën heb (die fruitmachine, hè?) en te weinig tijd… Wie weet haal ik mezelf ooit nog in; ik blijf het proberen.

Wat vond u het leukste boek/karakter om te schrijven?
Tot nu toe vind ik Freek uit ‘Lentegroen’ en de Onder de bomen-serie het leukst. Hij is heel complex om uit te denken: hij is hyperintelligent en heeft een aspergerdiagnose, en hij benadert de wereld op een heel andere manier dan de meeste mensen. Zijn gevoelsleven werkt ook een beetje anders dan bij andere mensen. Maar ik vind het enorm leuk om zo’n man nu eens de ‘Mister Darcy’ van het verhaal te laten zijn, en om hem van een antiheld naar een held te laten groeien. Hij is heel leuk, grappig en apart, en ook heel lief op een soort ongefilterde, naïeve manier, die ik heel leuk vind om te beschrijven. En hij is ook nog sexy, want alles werkt natuurlijk gewoon naar behoren bij hem.

Bent u een honden of een kattenmens?
Katten!! Nooit nooit nooit neem ik een hond, hahaha.

Wat is uw lievelingsland?
Ik hou van Nederland, maar ik hou ook veel van België (met name de Ardennen) en het Verenigd Koninkrijk, en dan vooral Schotland.

Heeft u nog tips voor beginnend schrijvers?
Veel lezen en elke dag schrijven. Niet zeuren, gewoon elke dag doen. Schrijven moet je trainen, het is veel ambachtelijker dan veel mensen denken. Er is geen magie of goddelijke vonk in het schrijven zelf, je moet gewoon meters maken, en dan word je steeds handiger in het vormen van zinnen die je gedachten vast kunnen leggen op papier.

Er is wel magie of een goddelijke vonk in het spel bij het krijgen van een idee, denk ik, want ik heb geen idee hoe dat nou precies werkt. Ik ken alleen mijn eigen fruitmachine.

Wie maakt de titels voor je boeken. Uzelf, iemand van de uitgeverij, of een combi?
Ikzelf en ik doe dat over het algemeen met een bepaalde gedachte erachter. Bijna al mijn titels bestaan uit 1 woord (bij de korte verhalen hou ik me daar niet aan). Dat het 1 woord is, is om te zorgen dat het online beter vindbaar is, en dat de titel “hashtaggible” is. Ik denk dat dat bijdraagt aan het online vinden van informatie over het boek, wat weer meer lezers kan overtuigen om het te kopen…

Wilt u nog een nieuwtje vertellen wat niemand nog weet?
Ik ben een enorm saai iemand, ik heb helemaal geen nieuwtjes! Ik heb ook nooit geheimen, ik vind dat zo’n gedoe. O wacht, misschien kan dit als nieuwtje gelden: ik heb geen ruimte meer in mijn archiefkast, en ik ben van plan om binnenkort wat boeken weg te geven, om een beetje ruimte te maken. Hou mijn facebookpagina maar in de gaten…

Dankjewel Jackie dat je mee wilde werken en ik wens je nog vele schrijfkilometers toe! Hier kan je haar boeken aanschaffen, maar je kan het ook altijd bij de lokale boekhandel halen of bestellen!

*Foto’s zijn van Jackie/Jacqueline Remmers, de Boekerij, Boekblad, Freepik en mijzelf*

*** Persoonlijke opmerking***
Bloggen doe ik nu al jaren, sinds ik in Duitsland woon. Dat, samen met mijn dyslexie, zorgt ervoor dat ik schrijf- en grammaticale fouten maak. Ik ben mij bewust dat ik deze soms nog steeds overzie als ik mijn tekst nog eens nalees.
Het is helaas voor mij niet te betalen om iemand dat te laten corrigeren. Ik beloof jullie dat ik mijn best doe, en het belangrijkste is voor mij vooral boekenliefde met jullie te delen!***

2 Responses

  1. Esther Stui
    Esther Stui at |

    Een ontzettend leuk en sprankelend interview, Anja! Ik herken mijzelf in het antwoord van Jackie over de grappige gebeurtenis 😉.

    Reply

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.